| Geven voor weten: de vierde route |
Menselijk kapitaal, in het bijzonder de beschikbaarheid van getalenteerde en goed opgeleide onderzoekers, is de kurk waarop de kenniseconomie drijft. Zeker nu de bestaande koplopers als de VS, Korea en Japan zich extra inspannen en opkomende economieën als China en India een versnelde inhaalslag maken, is het zaak dat Nederland zich inzet om zijn R&D-ambities waar te maken en daarmee ook een magneet voor toponderzoek te zijn. In het rapport Vitalisering van de Kenniseconomie is aangegeven dat de kennisinvesteringsquote in Nederland, zowel publiek als privaat, te laag is.1 Het rapport schetst verschillende maatrege¬len die moeten leiden tot meer investeringen in kennis en innovatie door alle partijen. Een van deze aanbevelingen is het aanboren van voor Nederland onconventionele financieringsbronnen, in het bijzonder in de particuliere sector. In dit advies stelt de werkgroep Onconventionele financieringsmethoden in de wetenschap, ingesteld door het Innovatieplatform, concrete acties voor. |
Geldstromen Universiteiten krijgen momenteel in het huidige bekostigingssysteem rechtstreeks gelden van de overheid (de eerste geldstroom) of indirect via het NWO (de tweede geldstroom). De afgelopen decennia is er een sterke uitbreiding geweest van een nieuwe bron van financiële middelen voor onderzoek, namelijk de derde geldstroom. Deze vloeit voort uit contractonderzoek ten bate van industrie, overheden, EU, maatschappelijke organisaties, et cetera. Er blijkt echter in diverse landen in Europa, maar ook met name in de VS, nog een vierde bron van financiering van de wetenschap te bestaan die ook een significante bijdrage levert aan het wetenschapssysteem en die voortkomt uit de mogelijkheid om particuliere giften, filantropische instellingen, sponsoring en fiscale faciliteiten van de overheid in te zetten ten behoeve van de kennissamenleving. Deze voor Nederland onderontwikkelde financieringswijze spruit in het algemeen voort uit een breed gedragen steun voor de wetenschap en wordt hier aangeduid met de term vierde route. In dit rapport worden voorstellen gedaan om deze vierde route verder te verkennen en succesvol aan te boren.
|
Vierde route De vierde route verdient het serieus genomen te worden als onderdeel van innovatief denken en handelen ten behoeve van onze kennissamenleving. Uitgangspunt is daarbij dat wetenschap¬pelijk onderzoek en hoogwaardige kennis goed is voor burger, bedrijf en samenleving; alleen dan zal een appčl tot versterking van de kennissamenleving ook enthousiasme kunnen opwekken bij mogelijke sponsoren en donoren. Om een positief imago van de wetenschap te bevorderen is een gestructureerd actieplan nodig, want zonder een gerichte stimulering van het idee dat de weten¬schap ‘van ons allemaal’ is, zal een cultuuromslag in particuliere financiering niet bereikt worden.
|
Acties Om mogelijkheden van de vierde route beter te benutten zijn gezamenlijke, concrete acties op drie fronten noodzakelijk. Het gaat om (1) Cultuuromslag: zogenaamde science literacy, zelf-organisatie en wervingskracht van kennisinstellingen (2) Fondsvorming en -activering: individuele en collectieve verantwoordelijkheid van betrokkenen (3) Overheidsstimulering: samenwerking sleutelspelers, fiscale facilitering en benutting van kansspelen.
|
Cultuuromslag - Ontwikkel met universiteiten, onderzoeksinstellingen en andere betrokkenen in het weten¬schappelijke veld een giftenbeleid voor wetenschappelijke doeleinden, vanuit de optiek van science literacy en betrokkenheid vanuit de maatschappij. - Stimuleer een cultuuromslag bij alle betrokkenen (universiteiten, overheid, particulieren, bedrijfsleven), zodat meer en gerichter extra middelen kunnen worden verworven door onderzoeksinstellingen (onder andere alumnibeleid, universiteitsfondsen). - Voorkom substitutiegedrag tussen publieke middelen en middelen verworven uit de vierde route (bijvoorbeeld via een Innovatieakkoord). - Versterk over en weer publieke financiering en private financiering door middel van giften door intensivering van de samenwerking met filantropische partners, onder andere door een gezamenlijk beleid gericht op complementariteit te ontwikkelen en een bonus¬beleid op te zetten (bijvoorbeeld matching van gelden voor onderzoeksbeurzen voor talentvolle studenten).
|
Fondsvorming en -activering - Bundel waar mogelijk krachten en richt in samenspel met universiteiten en andere partners in het wetenschappelijke veld een Nederlands Stimuleringsfonds voor wetenschap en on¬derzoek op, als aanvulling op en versterking van thans bestaande locale initiatieven. Het verdient daarbij de voorkeur aan te sluiten bij een al bestaand fonds, in het bijzonder bij het Prins Bernhard Cultuurfonds, omdat wetenschap past binnen de doelstellingen van dat fonds. De vulling van dit fonds kan plaatsvinden uit particuliere initiatieven, uit revenuen van kansspelen, enzovoort. - Breng waar mogelijk bestaande particuliere fondsen die de wetenschap willen stimuleren (met behoud van de eigen identiteit) administratief onder in dit landelijke fonds, dat dan fungeert als koepelfonds (Fondsen op Naam) en betrek daarbij in elk geval het FIN (Ver¬eniging van Fondsen in Nederland). - Verken in overleg met banken de mogelijkheid slapende fondsen met een wetenschappe¬lijke doelstelling op te sporen en breng, waar mogelijk en wenselijk, de tegoeden samen, bijvoorbeeld in het genoemde Stimuleringsfonds (uiteraard onder afweging van kosten en baten). - Richt een Social Venture fonds op voor wetenschappelijk investeren en start zo snel moge¬lijk met een pilot met het particuliere bankwezen. - Integreer, waar gewenst en mogelijk, per universiteit de bestaande en vaak versnipperde universiteitsfondsen tot een breed universitair fonds met professioneel vermogensbeheer met hogere rendementen.
|
Gerichte overheidsstimulering/kansspelorganisaties - Breid de vrijstelling van afdracht van successierecht voor legaten en giften voor musea uit met instellingen voor wetenschappelijk onderzoek. - Verklaar de procentuele bovengrens voor aftrek van giften niet van toepassing op donaties in het kader van de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. - Pas de fiscale regelgeving zodanig aan dat de fiscale faciliteiten niet alleen het samen-brengen van fondsen voor wetenschappelijke doelen stimuleren, maar dat zij daarvoor ook daadwerkelijk worden benut. - Breid de bestaande vrijstellingen voor onder andere culturele beleggingen in de vermo-gensrendementsheffing uit met beleggingen met een wetenschappelijke doelstelling. - Onderzoek de mogelijkheid of voor het detacheren van personeel tussen academische instellingen een regeling kan worden getroffen gelijk aan die voor de sociaal-culturele en de zorgsector, opdat de detachering tussen die instellingen onder voorwaarden zonder BTW-heffing (of tegen een lager tarief) kan plaatsvinden. - Maak afspraken met de organisaties voor kansspelen om het systeem van afdracht aan goede doelen aan te passen en open te stellen voor hoogwaardige kennis- en weten-schapsprojecten die in de vorm van een getoetste portefeuille van opties aangeboden kunnen worden vanuit het Stimuleringsfonds voor wetenschap en onderzoek. Deze aanbevelingen vragen om een zorgvuldig vervolgtraject met een diepgaande analyse van alle nationale en internationale – met name Europese – regels terzake. Daarvoor is veel fiscaal-economische en juridische kennis nodig.
|
Task force Om dit pakket van verschillende typen maatregelen en aanbevelingen snel tot een goed einde te brengen, beveelt de werkgroep aan om bijvoorbeeld onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in samenspel met andere partners, zoals de ministeries van Financiën, Economische Zaken, universiteiten, bedrijfsleven, filantropische en financiële instellingen, VSNU, NWO en anderen, een task force in te stellen om voor het eind van 2005 de hier voorgestelde concrete acties op hun realiteitswaarde te toetsen, partijen te mobiliseren en eerste initiatieven te ontwikkelen en de voorgestelde acties verder uit te werken. Op basis van dit actieplan kan het kabinet dan een besluit nemen. Daartoe is nodig dat in de tussentijd universiteiten met een concreet actieplan komen. Daarnaast kan meteen een pilot gestart worden op het terrein van social venturing van de wetenschap in samenwerking met private banking-vertegenwoordigers en topwetenschappers.
Juni 2005, Werkgroep Geven in Nederland |
|