Casus 4: Christelijke Hogeschool Ede Vraag eens aan een alumni-officer waarom hij of zij meent dat een alumnus zich door de eigen kennisinstelling aangesproken voelt. In vele gevallen zal deze hierop antwoorden in de trant van: ‘goede herinneringen aan de opleiding en ook aan de stad’ of ‘gevoelens van nostalgie vanwege een periode waarin alles nog mogelijk leek’. Vaak is dit het eerste verhaal. Interessant wordt het wanneer je vervolgens doorvraagt: “zouden er andere factoren in het spel kunnen zijn?” Zich verplaatsend in de leefwereld van degene die langer of korter is afgestudeerd, komen er alternatieven naar voren. Het feit dat de kennisinstelling mogelijkheden aan haar alumni biedt om elkaar periodiek opnieuw te ontmoeten; dat zij via haar nieuwsflitsen een voortdurende, interessante informatiebron is; en dat zij via haar programma’s van permanente educatie haar alumni volop kansen biedt om qua kennis ‘up to date’ te blijven. De tot nu toe genoemde redenen zijn alle bewust van aard. Een andere categorie bevindt zich meer op het onbewuste niveau bij degenen die aan een kennisinstelling hebben gestudeerd. Hier gaat het om de waardegedreven invloed die de kenisinstelling bewust heeft willen uitoefenen op de persoonlijke vorming van haar studenten. Nadat deze zijn afgestudeerd, staan hun levens, op voor hen geheel vanzelfsprekende wijze, in het teken van de vorming die zij gedurende vier of meer jaren aan de kennisinstelling hebben ondergaan. Een aanzienlijk deel van hen is zich hier slechts tendele van bewust en reflecteert weinig of niet op de waarden waarin zij zijn gevormd. Je kunt dit vergelijken met de situatie van de vis die een vanzelfsprekende eenheid vormt met het water om haar heen. In deze vierde aflevering willen wij de door instellingen bewust nagestreefde vorming van hun studenten centraal stellen. Op wat voor terreinen kan zo’n vorming betrekking hebben? Hoe vindt zo’n proces van vorming door de jaren heen plaats? Wat is de relatie tussen binding en vorming? Hoe het een en ander specifiek in zijn werk gaat, illustreren wij in het hierna volgende aan de hand van de Christelijke Hogeschool Ede. Want wanneer een instelling besluit om alumnibeleid structureel in te richten, dan staat of valt het succes van deze inspanning bij de mate waarin zij erin slaagt een band op te bouwen met de student, tíjdens de studie. Vanzelfsprekend heeft niet iedere instelling hierbij dezelfde uitgangssituatie. Door de fusiegolf aan het eind van de vorige eeuw zijn met name veel hogescholen pluriforme instellingen geworden, waarbij de herkenbaarheid naar buiten en de gelijkgestemdheid in de organisatie niet vanzelfsprekend zijn. Aan de genoemde fusiegolf is de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) ontsnapt. De instelling die al drie jaar op rij het beste scoort in de Keuzegids Hoger Onderwijs, staat nog aan het begin van het opzetten van het alumnibeleid. Desalniettemin verwachten wij dat juist deze hogeschool ook op het terrein van alumnirelaties wel eens anderen tot voorbeeld zou kunnen gaan dienen. Dit hangt samen met de bijzondere rol die deze hogeschool bewust speelt in de vorming van haar studenten en de binding die hiervan het gevolg is. Hoewel de CHE zich nadrukkelijk uitspreekt tégen marktwerking in het onderwijs (nieuwjaarstoespraak, Kees Boele, januari 2007), is de CHE in onze ogen nou juist een perfect voorbeeld van hoe marktwerking succesvol kan zijn. Marktwerking is enkel mogelijk wanneer er iets te kiezen valt. En omdat het onderwijsaanbod in Nederland goeddeels gestandaardiseerd is, kiest de student vaak op basis van postcode waar hij gaat studeren en aldus ‘snackt’ hij het onderwijs als een kroket uit die muur die toevallig het dichtste bij staat. Instellingen zullen zich dus op een of andere manier willen onderscheiden De CHE doet dit op bijzondere manier. Het herkenbare Christelijke profiel sluit perfect aan op de vraag van een stabiele achterban, die de levensbeschouwelijke visie deelt. De instelling voelt zich dan ook ‘geroepen’ om het onderwijs vanuit een niet waardevrije context aan te bieden, en plaatst het onderwijs nadrukkelijk in het kader van de vorming van de adolescent tot volwassene. Het gaat de CHE dus niet enkel om het ontwikkelen van competenties, maar om persoonlijke vorming, waarbij de Christelijke overtuiging richtingbepalend is. Daar waar het andere onderwijsinstellingen verweten kan worden diplomafabrieken te zijn, daar is de CHE zich zeer bewust van haar maatschappelijke rol en wil zij als opleidingsinstituut bijdragen tot het in stand houden van de eigen beweging. In dat kader kan dan ook het initiatief worden gezien van de CHE om per jaar een twintigtal ‘talentvolle’ studenten te selecteren, die door ‘christen-coaches’ moeten worden klaargestoomd voor sleutelposities in de maatschappij (Volkskrant 13 januari 2007). Ook is het opvallend dat de CHE de enige hogeschool is die, voor zover bij ons bekend, succesvol is op het terrein van structurele fondsenwerving. Dit is te begrijpen door in te zien dat de CHE gedragen wordt door een Christelijke beweging, die het haar mogelijk wil maken om initiatieven te ontplooien ten bate van de eigen gemeenschap. Het herkenbare Christelijke profiel en ook de omvang van slechts 4.000 studenten, dragen bij tot een unieke binding tussen instituut en student. En hoewel de CHE geen monosectorale hogeschool is, is het studieaanbod wel gelijksoortig. Al met al vormt de CHE een kleine, zeer herkenbare community en heeft de CHE een unieke uitgangspositie ten aanzien van het in te zetten alumnibeleid. Deze uitgangspositie kan als volgt worden opgesomd: 1. Herkenbaar profiel (Christelijke identiteit). 2. Kleinschaligheid (4000 studenten). 3. Regionale inbedding in Christelijk achterland. 4. Gelijksoortig studie-aanbod. Het verloop van de vormingsprocessen is organisch en integratief van aard: zij begint bij de (zelf)selectie aan de poort en zij eindigt bij de persoonlijke begeleiding van de student aan het eind van de studie. Het betreft hier de overgang van het leven van de student aan de kennisinstelling naar het leven van de junior alumnus in een op de waarden van de instelling aansluitende arbeidsorganisatie. Wij voorspellen voor de CHE een succesvol alumnibeleid, waarbij zij in 2025 op een alumnipopulatie van zeker 60.000 alumni een beroep kan doen. Hoe kunnen andere instellingen hier nu lering uit trekken? Er zijn instellingen die binding kunnen en willen versterken door een specifieke religieuze vorming van haar studenten centraal te stellen. Dŕt zijn dan de kernwaarden waar het om gaat en die de sleutel uitmaken tot binding. Daarnaast kunnen kennisinstellingen zich gericht profileren vanwege geheel andere waardegedreven benaderingen, waarin zij een eigen aanbod doen op de onderwijsmarkt. Bij wijze van voorbeeld geven wij enkele ‘Leitmotive’ in waardenoriëntaties zoals deze het doen en laten van kennisinstellingen kleuren en bepalen: • Zaken doen in een globaliserende wereld: neem INSEAD. • Zelfontdekkend leren in groepsverband: neem de Universiteit Maastricht. • Leren en leven in gemeenschapsverband met een sterke verankering in de regio: neem het Koning Willem I College te Den Bosch. • Leren om gastvrijheid op culinair hoogstaand niveau te beoefenen: neem de Hotelschool te Den Haag. Bij elke genoemde organisatie hoort een eigen sterke instellingscultuur die haar invloed uitoefent op de levenscarričres van hun studenten. Dezelfde aantrekkingskracht die een cruciale rol speelde bij de werving van studenten, spreekt velen nog aan, ook nadat zij al vele jaren zijn afgestudeerd. Instellingscultuur als bron van inspiratie en kracht, die jaar in jaar uit wordt onderhouden door degenen die zich aan de instelling voor het leven hebben gecommitteerd. Hans Hoornstra Geert Sanders Reacties zijn welkom: hans@formedia.nl Prof. Dr. Geert Sanders Geert Sanders is als hoogleraar organisatiekunde verbonden aan de Faculteit Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Aan diezelfde universiteit is hij als directeur werkzaam bij het Ubbo Emmius Fonds voor relatiebeheer en fondswerving. Daarnaast is hij lid van de EU- Expert Group ‘Fundraising by Universities from Philanthropic Sources’ in Brussel. In de loop van 2006 kwam zijn boek 'Fondsen werven, de relatiegerichte aanpak' op de markt (Uitgeverij Van Gorcum, tweede druk, 2007). www.geertsanders.com Hans Hoornstra Hans Hoornstra is ondernemer. Als directeur van FORMEDIA speelt hij een voortrekkersrol in het Nederlandse taalgebied wanneer het gaat om het professionaliseren van alumnibeleid door advies, onderzoek, symposia en trainingen. www.formedia.nl
|